Ontheffing en ontzetting uit het ouderlijk gezag

Ouders kunnen ontheven worden van het ouderlijk gezag. Dit kan gebeuren als een ouder niet in staat is om voor zijn kinderen te zorgen, bijvoorbeeld door langdurige ziekte van de ouder of bij gedragsstoornissen van het kind. De ouder wil in deze gevallen wel voor het kind zorgen, maar het lukt niet. Het is dan in het belang van het kind en de ouder, dat de ouder wordt ontheven van het ouderlijk gezag. Dit kan overigens ook één kind betreffen uit een gezin met meerdere kinderen. Het belang van het kind staat echter altijd voorop.
Ontheffing uit het ouderlijke gezag wordt normaliter bij de rechter aangevraagd door de Raad voor de Kinderbescherming of de Officier van Justitie. Ontheffing wordt door de kinderrechter als maatregel opgelegd, maar met medewerking van de ouders zelf.
Er bestaat ook gedwongen ontheffing van het ouderlijk gezag wanneer de ouders niet mee wensen te werken, wat overigens in deze situatie weinig voorkomt. De rechter besluit dan tot gedwongen ontheffing uit het ouderlijk gezag en men moet hierbij denken aan gevallen waarin al sprake is van langdurige uithuisplaatsing van een kind of psychiatrische stoornis van een ouder.

Gevolgen ontheffing ouderlijk gezag
Wanneer de maatregel van ontheffing van het ouderlijk gezag wordt toegepast, dan heeft dit consequenties voor de ouder en het kind. Ouders verliezen de zeggenschap over het kind en het kind kan uit huis geplaatst worden en krijgt een voogd toegewezen. De ouder blijft wel onderhoudsplichtig, maar mag bijvoorbeeld het eventuele vermogen van het kind niet meer beheren. Wanneer de situatie veranderd is, kunnen ouders de rechter verzoeken om de ontheffing ongedaan te maken.

Ontzetting uit het ouderlijk gezag
Ouders kunnen ook ontzet worden uit het ouderlijk gezag, wat inhoudt dat men de zeggenschap over het kind verliest. Het kind komt dan onder de voogdij van een gezinsvoogd of andere voogd en gaat naar een pleeggezin of tehuis.
Ontzetting uit het ouderlijke gezag kan worden aangevraagd door de Raad voor de Kinderbescherming of de Officier van Justitie, maar ook door de andere ouder of de pleegouders of door bloed- of aanverwanten van het kind tot en met de vierde graad. Ontzetting uit het ouderlijke gezag is nooit vrijwillig en is een zware maatregel, die alleen wordt opgelegd door de rechter in de volgende gevallen:
• Het kind wordt door de ouder verwaarloosd, dus niet goed verzorgd en opgevoed.
• De ouder misbruikt het gezag wat zelfs seksueel misbruik of mishandeling kan betekenen.
• Wanneer er al sprake van ondertoezichtstelling is, en de ouder niet meewerkt met de gezinsvoogd.
• Wanneer een ouder een kind dat in een pleeggezin verblijft terugeist, terwijl het voor de hand ligt dat dit niet goed zal zijn voor het kind.
Ontzetting uit het ouderlijk gezag kan door de rechter op verzoek weer hersteld worden na een bepaalde termijn.

Ondertoezichtstelling van een kind
Wanneer er in een gezin problemen spelen die niet goed zijn voor de gezondheid en ontwikkeling van een kind, dan kan het gezag van de ouders over het kind worden beperkt. Het kind komt dan onder toezicht van het Bureau Jeugdzorg, maar de ouders blijven zo veel als mogelijk verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding. De rechter kan deze maatregel van ondertoezichtstelling opleggen, ook wanneer de ouders of het kind het niet zouden willen. Deze situatie komt relatief vaak voor bij wat oudere kinderen. Bij redenen voor ondertoezichtstelling kunt u denken aan:
• Ouders met psychische problemen.
• Ouders die verslaafd zijn.
• Kind dat vaak wegloopt van huis.
• Kind dat geregeld met politie in aanraking komt vanwege kleine criminaliteit.
• Ouders kunnen gewoonweg de verzorging en opvoeding van het kind niet aan.
Een alternatief in deze situatie kan ook zijn het uit huis plaatsen van het kind.