Omgangsregeling

Alles over de omgangsregeling in geval van scheiding.

Een scheiding heeft in zijn algemeenheid al veel gevolgen voor een kind, zowel op emotioneel als praktisch gebied. Dit heeft haar weerslag bij de keuzes omtrent het ouderlijk gezag en omgangsregeling.


Wanneer iemand ouderlijk gezag over een kind heeft, houdt dat in de plicht en het recht om een kind te verzorgen en op te voeden.

 


Wanneer de verzorgende ouder vindt dat de andere ouder op welke manier dan ook niet in staat is goed voor het kind te zorgen, dan kan er actie ondernomen worden.

 


Ouders kunnen ontheven worden van het ouderlijk gezag. Dit kan gebeuren als een ouder niet in staat is om voor zijn kinderen te zorgen, bijvoorbeeld door langdurige ziekte van de ouder of bij gedragsstoornissen van het kind.


Het komt echter voor dat ouders waarbij het kind niet woont en die het kind dus alleen zien conform de bezoekregeling, het kind niet meer willen zien.

 


Een partner kan na de scheiding beslissen dat hij naar het buitenland wil vertrekken om zich daar te vestigen. Dit kan de omgangsregeling en met name het omgangsrecht sterk beïnvloeden.


Wanneer twee partners die kinderen hebben besluiten te gaan scheiden, dan zal het ook grote gevolgen hebben voor de kinderen. In hun wereld zal er veel gaan veranderen en ze zullen veel vragen hebben.


Ouders hebben dus omgangsrecht, maar dit moet ook in de praktijk uitgevoerd worden na een scheiding en zal daartoe worden opgenomen in de zogeheten omgangsregeling.


Bij een scheiding waarbij kinderen zijn betrokken, moet een omgangsregeling worden afgesproken. Hiervoor bestaat geen standaard regeling. Tevens kan de rechter hierover een besluit nemen.


Het Burgerlijk Wetboek zegt dat het ouderlijk gezag mede inhoudt de plicht van de ouder om de ontwikkeling van de band met de andere ouder te bevorderen.